Het is dinsdagsmiddag half vijf. Ik zit te praten met Tanya Hermsen, de artistiek leider van mijn opleiding. We praten over België, over de Wijksafari, over mijn Preparevoorstelling maar vooral over mijn komende afstudeerjaar.

“Je voorstelling was goed. Het was goed gespeeld en het zat heel goed in elkaar. Maar het bracht me als publiek niet uit evenwicht, het schuurde niet, het verraste me niet. Het was niet goor. Het was niet gevaarlijk. Ga dat gevaar op zoeken.”

Het gevaar opzoeken… Hoe meer ik er over nadenk hoe meer ik me realiseer dat ik dapper en bang tegelijkertijd ben. Ik heb met mijn drieëntwintig jaar al heel veel gereisd. Ik besloot op mijn negentiende alleen naar Zuid-Amerika te gaan. Ik snorkelde met haaien, zwom in de Amazone tussen krokodillen en verkleedde me als jongen als ik nachts alleen over straat ging. Ik heb me nog nooit zo sterk gevoeld als toen. De avond voor dat ik vertrok kreeg ik van mijn broer een hangertje met de tekst Vandaag besloot ik dat ik alles kan. Sindsdien is dat mijn levensmotto. Met een rugzak de wereld rond sjouwen is natuurlijk heel iets anders, maar ik probeer dit motto ook mee te nemen in de opleiding. Toch lukt het me niet altijd om te geloven dat ik alles kan. Soms ben ik bang om te falen en om de controle los te laten. Soms ben ik bang dat de enorme lijst ambities die ik mezelf opleg niet haalbaar blijkt te zijn.

Dus dat is wat ik dit jaar ga doen; het gevaar op zoeken. Ik wil uitgesprokener zijn. Duidelijke keuzes maken, zonder mijn eigen gevonden stijl los te laten. Ik ga bewegingslessen geven, terwijl ik mezelf geen beweger vind. Ik wil een afstudeervoorstelling maken die staat als een huis en die iets met mensen doet. Ik wil risico’s gaan nemen en het aan durven om het soms niet te weten. Ik ga vertrouwen op mijn intuïtie die echt heel goed is, maar waar mijn denkhoofd soms geen ruimte voor laat. Ik wil op mijn bek gaan, want zolang ik nog studeer is dit mijn kans om dat te doen.