In het Popart theatre zag ik mijn eerste theatervoorstelling in Joburg, met de titel Asshassi. Een verhaal over een meisje, de liefde, familie en hoe te ontsnappen aan armoede. Hannegijs zei: “Het was eigenlijk een klucht met een super heftig verhaal.” Er werd heel groot en dramatisch gespeeld, keihard geschreeuwd en uitbundig grappen gemaakt. Het publiek schreeuwde en lachte mee in de piepkleine zaal.

Een dag later bezochten we Sowato, Joburgs grootste township met 4, 5 miljoen inwoners. Een stad in een stad. De meeste mensen daar behoren tot de middenklasse, een klein gedeelte is echt heel arm en een klein gedeelte rijker. Dit rijke gedeelte noemde onze gids Bobo het Beverley Hills van Soweto.

In een busje met een ouder echt paar uit Denemarken dat ongegeneerd foto’s maakten van alles en iedereen en nog wat mensen waaronder een Chileen die geen Engels sprak en de hele tijd kwijt was, waren we op pad.

Eerst reden we langs het voetbalstadion en dit ‘Beverly Hills’, met keurige, truttige huizen van baksteen en met randjes gras ervoor. Aan de rand van deze wijk zagen we een enorm contrast: Hier staan de vroegere ‘hostels’, waar de mannen die in de mijnen werkten woonden. Met zestien man woonden ze in één huisje met acht bedden. Ze sliepen in shifts.

We reden verder de township in. Mensen, winkeltjes, dieren en steeds kleiner wordende huisjes. Geiten op een berg afval.

We stopten en ontmoetten daar Mo, die ons zijn wijk liet zien. Hele kleine huisjes van tin: “We call them microwaves!” zei hij lachend. Bijna niemand heeft er water of elektriciteit. Een stuk of zes gezinnen wonen samen op een stukje grond met een hek er om heen. We liepen over een modder pad. We kwamen kindjes tegen en vrouwen die de was deden. Als er iets gebeurd blazen ze op fluitjes en dan komt iedereen elkaar helpen.

Mo nam ons mee naar een nog slechter stuk, waar illegalen wonen en waar de huisjes dichter op elkaar staan. Hij nam ons mee een huisje in van een oud stel, die ons vriendelijk welkom heetten. Er stond een chique servieskast, een pan op de kachel, de radio stond aan en er hingen foto’s aan de muur. Ik schaamde me voor hoe ongegeneerd de anderen foto’s maakten, alsof we in een attractie waren. Ik schaamde me voor hoe rijk ik er uit zag.

Ik maakte contact met een paar kinderen en sprak met Mo over de dingen die hij doet voor zijn wijk. Een paar van zijn vrienden leerde me de sowato handshake.

Het was heftig om te zien en zeker om daarna gewoon weer weg te kunnen rijden.

We reden verder naar welvarendere stukken van de grootste township in Zuid-afrika. We bezochten een kerk waar de kogelgaten nog in het plafond zaten. De politie schoot hier op 4000 studenten die zich in de kerk verschanst hadden en protesteerden tegen de apartheid, in de jaren ’80.