Diede Daalman
Opleiding
Theaterdocent
Lichting 2018

Om even de wijze Jan Taks te citeren: ‘Doe wat je begrepen hebt.’ Met een kleine toevoeging van mij: ‘en waar jij zin in hebt.’

Mijn naam is Diede Daalman en ik studeer dit jaar af als Theatermaker-docent op de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam.Voor mij is theatermaken vormgeven. Ik geef vorm aan thema’s en verhalen, zet lichamen in een vorm, geef vorm aan een ruimte, aan een tekst, aan handelingen en aan spel. Door een strakke theatrale vorm laat ik juist het niet- getheatraliseerde lichaam zien. Ik wil kwetsbaarheid en mens-zijn laten zien. Ik vind lichamen en mensen prachtig.Ik zie de humor en tragiek in van hoe wij mensen met elkaar omgaan en probeer dit vorm te geven in mijn werk. Het conflict tussen lichaam en hoofd werd ook één van mijn thema’s. Humor vind ik essentieel in wat ik maak.

Ik wil de Master Regie gaan volgen op het Royal Institute for Theatre, Cinema and Sound in Brussel. Ik ben daarvoor vanuit de AHK geselecteerd als eerste kandidaat die in aanmerking komt voor een VSB-studiebeurs. Als ik niet aangenomen word, dan ga ik mijn onderzoek uitvoeren in de praktijk.

Ik heb de wens grenzen tussen professioneel en niet professioneel te laten vervagen en de artistieke kwaliteit het hoofddoel van mijn werk te maken. Ik zou professionele en niet professionele spelers samen op het podium willen zetten.

Binnen het kader van het vervagen van die grenzen wil ik mijn eigen artistieke vormentaal verder ontwikkelen. Hoe maak ik tekst, lichaam, beeld en ruimte tot associatieve middelen, hoe kom ik tot een andere dramaturgie dan een anekdotische? Ik wil onderzoeken hoe lichaam en tekst gelijkwaardige krachten in een voorstelling kunnen worden en hoe tekst op een zintuigelijke manier kan binnenkomen bij de toeschouwer en niet alleen via de ratio.

Dit onderzoek wil ik toepassen in voorstellingen die ook toegankelijk zijn voor een jonger publiek. De humor en verbeelding die dat vraagt spreken me erg aan. Aan kinderen zie je alles. Je hebt ze mee of je bent ze kwijt. Een voorstelling voor een jonger publiek is voor mij pas geslaagd als hij ook wat kan betekenen voor de volwassenen in de zaal.

Na mijn master wil ik aan de slag als theatermaker en werk maken met verschillende soorten spelers. Ook zou ik als docent les willen geven in theatermaken.

Projecten
VERS
Take Off – Inside Out
In mijn afstudeerjaar liep ik de stages die voor mij het belangrijkst waren. Ik liep stage bij het Amsterdamse Bostheater, waar ik samen met mijn klasgenoot Rachel Schuit de Bosjongeren voorstelling I’ve got the power maakte, in samenwerking met Stadsschouwburg Amsterdam en Orkater. Achttien jongeren vertelden in het decor van de voorstelling Caesar hun versie van het verhaal. Dit was een succesvolle pilot en een project dat we de komende jaren gaan voortzetten.

Ik liep stage bij Maas Theater en Dans bij de voorstelling Beauty en het Beest, een regie van Moniek Merkx. Daar deed ik kinderregie en -begeleiding. In elke stad speelden tien kinderen mee, die een belangrijke rol hadden in het verhaal. Ze stonden voor het kind in de hoofpersonen en hielpen het verhaal verder als de volwassenen het niet meer wisten.

In maart en april 2018 liep ik stage bij The Centre for the less good idea in Johannesburg. Dit is een onderzoeks- en incubatieplek voor verschillende (vooral) Zuid-Afrikaanse kunstenaars, die samen een interdisciplinair maakonderzoek aangaan. Hun bevindingen laten ze zien op een festival. William Kentridge zette deze plek op en begeleidt de makers. Ik deed een regieassistentie bij de voorstelling Desert, keek mee met de animator van het festival Bronwyn Lace en maakte samen met mijn klasgenoot Hannegijs Jonker een eigen performance, geïnspireerd op onze ervaring van Johannesburg.

In mijn derde jaar op de Academie voorTheater en Dans maakte ik de voorstelling Alles over iets en dingen en niets, met de tekstGOD van BOG. Het was een voorstelling over denken en dansen. Over het zoeken naar betekenis, naar moderne vormen van religie en eensamenzijn, maar jetegelijkertijd alleen voelen. Waarom gaat onze generatie zo graag naar technofeesten? Wat zoeken we daar? Dat vroeg ik me af.In de voorstelling werd live gedraaid door een DJ en over haar rug zag je het stuk.Ik ontdekte in dit maakproces op wat voor associatieve manier ik wil werken met tekst en hoe gestileerd mijn manier van vormgeven is.

Overige projecten
Mijn afstudeervoorstelling Vers gaat over hoe je overspoeld kan worden met gedachtes en emoties en over hoe het is om te groeien. Drie meiden van 12, 14 en 16 jaar spelen de voorstelling en verbeelden hun binnenwereld naar buiten. De toeschouwer krijgt er ongevraagd toegang tot en ziet de tal van gedachtes en gevoelens die er leven. De meiden zien het publiek ook en spreken de toeschouwers direct aan. Hoe ziet de toeschouwer deze meiden, maar vooral hoe zien die meiden ons toeschouwers?

In de voorstelling spelen ook een groep volwassenen en een meisje van acht; de twee werelden die naast deze tienermeisjes staan. Als in een kijkdoos kijkt het publiek het ‘hoofd’ van de meisjes in, tegelijkertijd vormgegeven als poppenhuis. Strakke witte, minimale lijnen geven de ruimte aan, die eigenlijk te klein is voor een volwassene.

Ik volgde begin dit jaar het blok Lichaam, gecureerd door Fleur van der Bergh en deed daar onderzoek naar hoe afstand en intimiteit tegelijkertijd kan plaats vinden tussen publiek en performer.

Ik gaf acht workshops bij De City Speelt in Weesp aan de groep 9 tot 1 1 jarigen en maakte samen met de kinderen een presentatie over het thema tijd. Met mijn klasgenoten organiseerden we ons afstudeerfestival Take-off.

Voor mijn afstudeeressay/projectplan (scriptie) schreef ik een mast eronderzoeksplan, met als hoofdvraag: Ik wil een theatrale handtekening ontwikkelen waarbinnen in een associatieve vormentaal door tekst, beweging en beeld de verbinding wordt gelegd tussen professionele en niet professionele spelers, met als hoofddoel het artistieke resultaat. Dit zal ik toepassen in voorstellingen voor een jonger publiek.